Conjugation of onderbelichten
/ˌɔn.dər.bəˈlɪx.tən/te weinig belichten (bij een foto maken) Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onderbelicht |
| jij / je | onderbelicht |
| hij / zij / het | onderbelicht |
| wij / we | onderbelichten |
| jullie | onderbelichten |
| zij / ze | onderbelichten |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onderbelichtte |
| jij / je | onderbelichtte |
| hij / zij / het | onderbelichtte |
| wij / we | onderbelichtten |
| jullie | onderbelichtten |
| zij / ze | onderbelichtten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onderbelichte |
| jij / je | onderbelichte |
| hij / zij / het | onderbelichte |
| wij / we | onderbelichten |
| jullie | onderbelichten |
| zij / ze | onderbelichten |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onderbelichtte |
| jij / je | onderbelichtte |
| hij / zij / het | onderbelichtte |
| wij / we | onderbelichtten |
| jullie | onderbelichtten |
| zij / ze | onderbelichtten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onderbelicht |
| jullie (archaïsch) | onderbelicht |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onderbelichten |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onderbelichtend |
Voltooid deelwoord
| — | onderbelicht |