HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← omwoelen — definición

Conjugation of omwoelen

Regular CEFR B2
/ˈɔmˌʋu.lə(n)/

wanordelijk door elkaar halen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik omwoel
jij / je omwoelt
hij / zij / het omwoelt
wij / we omwoelen
jullie omwoelen
zij / ze omwoelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik omwoelde
jij / je omwoelde
hij / zij / het omwoelde
wij / we omwoelden
jullie omwoelden
zij / ze omwoelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik omwoele
jij / je omwoele
hij / zij / het omwoele
wij / we omwoelen
jullie omwoelen
zij / ze omwoelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik omwoelde
jij / je omwoelde
hij / zij / het omwoelde
wij / we omwoelden
jullie omwoelden
zij / ze omwoelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij omwoel
jullie (archaïsch) omwoelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
omwoelen
Tegenwoordig deelwoord
omwoelend
Voltooid deelwoord
omwoeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary