HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← omwikkelen — definition

Conjugation of omwikkelen

Regular CEFR B2

iets ergens inwikkelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik omwikkel
jij / je omwikkelt
hij / zij / het omwikkelt
wij / we omwikkelen
jullie omwikkelen
zij / ze omwikkelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik omwikkelde
jij / je omwikkelde
hij / zij / het omwikkelde
wij / we omwikkelden
jullie omwikkelden
zij / ze omwikkelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik omwikkele
jij / je omwikkele
hij / zij / het omwikkele
wij / we omwikkelen
jullie omwikkelen
zij / ze omwikkelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik omwikkelde
jij / je omwikkelde
hij / zij / het omwikkelde
wij / we omwikkelden
jullie omwikkelden
zij / ze omwikkelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij omwikkel
jullie (archaïsch) omwikkelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
omwikkelen
Tegenwoordig deelwoord
omwikkelend
Voltooid deelwoord
omwikkeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary