HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← omvliegen — definition

Conjugation of omvliegen

Regular CEFR B2
ˈɔmˌvli.ɣə(n)

snel voorbijgaan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik omvlieg
jij / je omvliegt
hij / zij / het omvliegt
wij / we omvliegen
jullie omvliegen
zij / ze omvliegen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik omvloog
jij / je omvloog
hij / zij / het omvloog
wij / we omvlogen
jullie omvlogen
zij / ze omvlogen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik omvliege
jij / je omvliege
hij / zij / het omvliege
wij / we omvliegen
jullie omvliegen
zij / ze omvliegen
Aanvoegende wijs — verleden
ik omvloge
jij / je omvloge
hij / zij / het omvloge
wij / we omvlogen
jullie omvlogen
zij / ze omvlogen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij omvlieg
jullie (archaïsch) omvliegt

Onbepaalde vormen

Infinitief
omvliegen
Tegenwoordig deelwoord
omvliegend
Voltooid deelwoord
omvlogen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary