HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← omsluiten — definition

Conjugation of omsluiten

Regular CEFR B2

aan alle kanten insluiten. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik omsluit
jij / je omsluit
hij / zij / het omsluit
wij / we omsluiten
jullie omsluiten
zij / ze omsluiten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik omsloot
jij / je omsloot
hij / zij / het omsloot
wij / we omsloten
jullie omsloten
zij / ze omsloten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik omsluite
jij / je omsluite
hij / zij / het omsluite
wij / we omsluiten
jullie omsluiten
zij / ze omsluiten
Aanvoegende wijs — verleden
ik omslote
jij / je omslote
hij / zij / het omslote
wij / we omsloten
jullie omsloten
zij / ze omsloten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij omsluit
jullie (archaïsch) omsluit

Onbepaalde vormen

Infinitief
omsluiten
Tegenwoordig deelwoord
omsluitend
Voltooid deelwoord
omsloten

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary