HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← omringen — definition

Conjugation of omringen

Regular CEFR C2
ɔmˈrɪ.ŋə(n)

aan alle kanten omgeven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik omring
jij / je omringt
hij / zij / het omringt
wij / we omringen
jullie omringen
zij / ze omringen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik omringde
jij / je omringde
hij / zij / het omringde
wij / we omringden
jullie omringden
zij / ze omringden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik omringe
jij / je omringe
hij / zij / het omringe
wij / we omringen
jullie omringen
zij / ze omringen
Aanvoegende wijs — verleden
ik omringde
jij / je omringde
hij / zij / het omringde
wij / we omringden
jullie omringden
zij / ze omringden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij omring
jullie (archaïsch) omringt

Onbepaalde vormen

Infinitief
omringen
Tegenwoordig deelwoord
omringend
Voltooid deelwoord
omringd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary