HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← omkleden — definición

Conjugation of omkleden

Regular CEFR B2
/ˈɔmˌkleːdə(n)/

met redenen ~: voorzien van deugdelijke argumentatie. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik omkleed
jij / je omkleedt
hij / zij / het omkleedt
wij / we omkleden
jullie omkleden
zij / ze omkleden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik omkleedde
jij / je omkleedde
hij / zij / het omkleedde
wij / we omkleedden
jullie omkleedden
zij / ze omkleedden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik omklede
jij / je omklede
hij / zij / het omklede
wij / we omkleden
jullie omkleden
zij / ze omkleden
Aanvoegende wijs — verleden
ik omkleedde
jij / je omkleedde
hij / zij / het omkleedde
wij / we omkleedden
jullie omkleedden
zij / ze omkleedden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij omkleed
jullie (archaïsch) omkleedt

Onbepaalde vormen

Infinitief
omkleden
Tegenwoordig deelwoord
omkledend
Voltooid deelwoord
omkleed

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary