HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← omgorden — definition

Conjugation of omgorden

Regular CEFR B2
ˌɔmˈɣɔr.də(n)

met een gordel omgeven, omringen, omdoen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik omgord
jij / je omgordt
hij / zij / het omgordt
wij / we omgorden
jullie omgorden
zij / ze omgorden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik omgordde
jij / je omgordde
hij / zij / het omgordde
wij / we omgordden
jullie omgordden
zij / ze omgordden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik omgorde
jij / je omgorde
hij / zij / het omgorde
wij / we omgorden
jullie omgorden
zij / ze omgorden
Aanvoegende wijs — verleden
ik omgordde
jij / je omgordde
hij / zij / het omgordde
wij / we omgordden
jullie omgordden
zij / ze omgordden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij omgord
jullie (archaïsch) omgordt

Onbepaalde vormen

Infinitief
omgorden
Tegenwoordig deelwoord
omgordend
Voltooid deelwoord
omgord

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary