HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← omgeven — definition

Conjugation of omgeven

Regular CEFR C2
ɔm.ˈɣeː.və(n)

voorzien van iets dat omgeeft (met, door)# voltooid deelwoord van omgeven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik omgeef
jij / je omgeeft
hij / zij / het omgeeft
wij / we omgeven
jullie omgeven
zij / ze omgeven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik omgaf
jij / je omgaf
hij / zij / het omgaf
wij / we omgaven
jullie omgaven
zij / ze omgaven

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik omgeve
jij / je omgeve
hij / zij / het omgeve
wij / we omgeven
jullie omgeven
zij / ze omgeven
Aanvoegende wijs — verleden
ik omgave
jij / je omgave
hij / zij / het omgave
wij / we omgaven
jullie omgaven
zij / ze omgaven

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij omgeef
jullie (archaïsch) omgeeft

Onbepaalde vormen

Infinitief
omgeven
Tegenwoordig deelwoord
omgevend
Voltooid deelwoord
omgeven

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary