HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ombinden — definition

Conjugation of ombinden

Regular CEFR B2
ˌɔmˈbɪn.də(n)

iets bevestigen door bindsels rond een bestigingspunt te wentelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ombind
jij / je ombindt
hij / zij / het ombindt
wij / we ombinden
jullie ombinden
zij / ze ombinden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ombond
jij / je ombond
hij / zij / het ombond
wij / we ombonden
jullie ombonden
zij / ze ombonden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ombinde
jij / je ombinde
hij / zij / het ombinde
wij / we ombinden
jullie ombinden
zij / ze ombinden
Aanvoegende wijs — verleden
ik ombonde
jij / je ombonde
hij / zij / het ombonde
wij / we ombonden
jullie ombonden
zij / ze ombonden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ombind
jullie (archaïsch) ombindt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ombinden
Tegenwoordig deelwoord
ombindend
Voltooid deelwoord
ombonden

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary