HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← oehoeën — definition

Conjugation of oehoeën

Regular CEFR B1

het voortbrengen van een uilenroep Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik oehoe
jij / je oehoet
hij / zij / het oehoet
wij / we oehoeën
jullie oehoeën
zij / ze oehoeën
Verleden tijd (o.v.t.)
ik oehoede
jij / je oehoede
hij / zij / het oehoede
wij / we oehoeden
jullie oehoeden
zij / ze oehoeden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik oehoeë
jij / je oehoeë
hij / zij / het oehoeë
wij / we oehoeën
jullie oehoeën
zij / ze oehoeën
Aanvoegende wijs — verleden
ik oehoede
jij / je oehoede
hij / zij / het oehoede
wij / we oehoeden
jullie oehoeden
zij / ze oehoeden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij oehoe
jullie (archaïsch) oehoet

Onbepaalde vormen

Infinitief
oehoeën
Tegenwoordig deelwoord
oehoeënd
Voltooid deelwoord
geoehoed

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary