HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← obediëren — definition

Conjugation of obediëren

Regular CEFR B2
oː.beː.diˈeː.rə(n)

doen wat een ander je opdraagt, ongeacht je eigen mening Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik obedieer
jij / je obedieert
hij / zij / het obedieert
wij / we obediëren
jullie obediëren
zij / ze obediëren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik obedieerde
jij / je obedieerde
hij / zij / het obedieerde
wij / we obedieerden
jullie obedieerden
zij / ze obedieerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik obediëre
jij / je obediëre
hij / zij / het obediëre
wij / we obediëren
jullie obediëren
zij / ze obediëren
Aanvoegende wijs — verleden
ik obedieerde
jij / je obedieerde
hij / zij / het obedieerde
wij / we obedieerden
jullie obedieerden
zij / ze obedieerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij obedieer
jullie (archaïsch) obedieert

Onbepaalde vormen

Infinitief
obediëren
Tegenwoordig deelwoord
obediërend
Voltooid deelwoord
geobedieerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary