HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← nutten — definition

Conjugation of nutten

Regular CEFR B1
ˈnʏtə(n)

meervoud verleden tijd van nutten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik nut
jij / je nut
hij / zij / het nut
wij / we nutten
jullie nutten
zij / ze nutten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik nutte
jij / je nutte
hij / zij / het nutte
wij / we nutten
jullie nutten
zij / ze nutten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik nutte
jij / je nutte
hij / zij / het nutte
wij / we nutten
jullie nutten
zij / ze nutten
Aanvoegende wijs — verleden
ik nutte
jij / je nutte
hij / zij / het nutte
wij / we nutten
jullie nutten
zij / ze nutten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij nut
jullie (archaïsch) nut

Onbepaalde vormen

Infinitief
nutten
Tegenwoordig deelwoord
nuttend
Voltooid deelwoord
genut

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary