HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← noodzaken — definición

Conjugation of noodzaken

Regular CEFR B2

dwingen, verplichten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik noodzaak
jij / je noodzaakt
hij / zij / het noodzaakt
wij / we noodzaken
jullie noodzaken
zij / ze noodzaken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik noodzaakte
jij / je noodzaakte
hij / zij / het noodzaakte
wij / we noodzaakten
jullie noodzaakten
zij / ze noodzaakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik noodzake
jij / je noodzake
hij / zij / het noodzake
wij / we noodzaken
jullie noodzaken
zij / ze noodzaken
Aanvoegende wijs — verleden
ik noodzaakte
jij / je noodzaakte
hij / zij / het noodzaakte
wij / we noodzaakten
jullie noodzaakten
zij / ze noodzaakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij noodzaak
jullie (archaïsch) noodzaakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
noodzaken
Tegenwoordig deelwoord
noodzakend
Voltooid deelwoord
genoodzaakt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary