HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← nokken — definition

Conjugation of nokken

Regular CEFR C2

ophouden, weggaan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik nok
jij / je nokt
hij / zij / het nokt
wij / we nokken
jullie nokken
zij / ze nokken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik nokte
jij / je nokte
hij / zij / het nokte
wij / we nokten
jullie nokten
zij / ze nokten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik nokke
jij / je nokke
hij / zij / het nokke
wij / we nokken
jullie nokken
zij / ze nokken
Aanvoegende wijs — verleden
ik nokte
jij / je nokte
hij / zij / het nokte
wij / we nokten
jullie nokten
zij / ze nokten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij nok
jullie (archaïsch) nokt

Onbepaalde vormen

Infinitief
nokken
Tegenwoordig deelwoord
nokkend
Voltooid deelwoord
genokt

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary