HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← nestelen — definition

Conjugation of nestelen

Regular CEFR C2
ˈnɛstələ(n)

het bouwen van een nest en het grootbrengen van jongen erin, gewoonlijk van vogels Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik nestel
jij / je nestelt
hij / zij / het nestelt
wij / we nestelen
jullie nestelen
zij / ze nestelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik nestelde
jij / je nestelde
hij / zij / het nestelde
wij / we nestelden
jullie nestelden
zij / ze nestelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik nestele
jij / je nestele
hij / zij / het nestele
wij / we nestelen
jullie nestelen
zij / ze nestelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik nestelde
jij / je nestelde
hij / zij / het nestelde
wij / we nestelden
jullie nestelden
zij / ze nestelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij nestel
jullie (archaïsch) nestelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
nestelen
Tegenwoordig deelwoord
nestelend
Voltooid deelwoord
genesteld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary