HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← navigeren — definition

Conjugation of navigeren

Regular CEFR C2

plannen en volgen van een route op een schip, een vliegtuig etc. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik navigeer
jij / je navigeert
hij / zij / het navigeert
wij / we navigeren
jullie navigeren
zij / ze navigeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik navigeerde
jij / je navigeerde
hij / zij / het navigeerde
wij / we navigeerden
jullie navigeerden
zij / ze navigeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik navigere
jij / je navigere
hij / zij / het navigere
wij / we navigeren
jullie navigeren
zij / ze navigeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik navigeerde
jij / je navigeerde
hij / zij / het navigeerde
wij / we navigeerden
jullie navigeerden
zij / ze navigeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij navigeer
jullie (archaïsch) navigeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
navigeren
Tegenwoordig deelwoord
navigerend
Voltooid deelwoord
genavigeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary