HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← naderen — definición

Conjugation of naderen

Regular CEFR B2
/ˈnaːdərə(n)/

in aantocht zijn; dichterbij komen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik nader
jij / je nadert
hij / zij / het nadert
wij / we naderen
jullie naderen
zij / ze naderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik naderde
jij / je naderde
hij / zij / het naderde
wij / we naderden
jullie naderden
zij / ze naderden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik nadere
jij / je nadere
hij / zij / het nadere
wij / we naderen
jullie naderen
zij / ze naderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik naderde
jij / je naderde
hij / zij / het naderde
wij / we naderden
jullie naderden
zij / ze naderden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij nader
jullie (archaïsch) nadert

Onbepaalde vormen

Infinitief
naderen
Tegenwoordig deelwoord
naderend
Voltooid deelwoord
genaderd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary