HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← musiceren — definición

Conjugation of musiceren

Regular CEFR B2

het ten gehore brengen van muziek door middel van een muziekinstrument of de stem Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik musiceer
jij / je musiceert
hij / zij / het musiceert
wij / we musiceren
jullie musiceren
zij / ze musiceren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik musiceerde
jij / je musiceerde
hij / zij / het musiceerde
wij / we musiceerden
jullie musiceerden
zij / ze musiceerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik musicere
jij / je musicere
hij / zij / het musicere
wij / we musiceren
jullie musiceren
zij / ze musiceren
Aanvoegende wijs — verleden
ik musiceerde
jij / je musiceerde
hij / zij / het musiceerde
wij / we musiceerden
jullie musiceerden
zij / ze musiceerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij musiceer
jullie (archaïsch) musiceert

Onbepaalde vormen

Infinitief
musiceren
Tegenwoordig deelwoord
musicerend
Voltooid deelwoord
gemusiceerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary