HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← monteren — definition

Conjugation of monteren

Regular CEFR C2
ˌmɔnˈteː.rə(n)

uit losse (onder)delen in elkaar zetten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik monteer
jij / je monteert
hij / zij / het monteert
wij / we monteren
jullie monteren
zij / ze monteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik monteerde
jij / je monteerde
hij / zij / het monteerde
wij / we monteerden
jullie monteerden
zij / ze monteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik montere
jij / je montere
hij / zij / het montere
wij / we monteren
jullie monteren
zij / ze monteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik monteerde
jij / je monteerde
hij / zij / het monteerde
wij / we monteerden
jullie monteerden
zij / ze monteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij monteer
jullie (archaïsch) monteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
monteren
Tegenwoordig deelwoord
monterend
Voltooid deelwoord
gemonteerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary