HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← monkelen — definition

Conjugation of monkelen

Regular CEFR B2
ˈmɔŋkələ(n)

binnensmonds (en daardoor vaak onduidelijk) praten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik monkel
jij / je monkelt
hij / zij / het monkelt
wij / we monkelen
jullie monkelen
zij / ze monkelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik monkelde
jij / je monkelde
hij / zij / het monkelde
wij / we monkelden
jullie monkelden
zij / ze monkelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik monkele
jij / je monkele
hij / zij / het monkele
wij / we monkelen
jullie monkelen
zij / ze monkelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik monkelde
jij / je monkelde
hij / zij / het monkelde
wij / we monkelden
jullie monkelden
zij / ze monkelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij monkel
jullie (archaïsch) monkelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
monkelen
Tegenwoordig deelwoord
monkelend
Voltooid deelwoord
gemonkeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary