HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← mobiliseren — definition

Conjugation of mobiliseren

Regular CEFR C2
ˌmoː.bi.liˈzeː.rə(n)

optrommelen en inschakelen van helpers, actiebereid maken van geestverwanten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik mobiliseer
jij / je mobiliseert
hij / zij / het mobiliseert
wij / we mobiliseren
jullie mobiliseren
zij / ze mobiliseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik mobiliseerde
jij / je mobiliseerde
hij / zij / het mobiliseerde
wij / we mobiliseerden
jullie mobiliseerden
zij / ze mobiliseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik mobilisere
jij / je mobilisere
hij / zij / het mobilisere
wij / we mobiliseren
jullie mobiliseren
zij / ze mobiliseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik mobiliseerde
jij / je mobiliseerde
hij / zij / het mobiliseerde
wij / we mobiliseerden
jullie mobiliseerden
zij / ze mobiliseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij mobiliseer
jullie (archaïsch) mobiliseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
mobiliseren
Tegenwoordig deelwoord
mobiliserend
Voltooid deelwoord
gemobiliseerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary