HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← mieteren — definition

Conjugation of mieteren

Regular CEFR B2
ˈmi.tə.rə(n)

met veel kracht iets neersmijten of laten vallen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik mieter
jij / je mietert
hij / zij / het mietert
wij / we mieteren
jullie mieteren
zij / ze mieteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik mieterde
jij / je mieterde
hij / zij / het mieterde
wij / we mieterden
jullie mieterden
zij / ze mieterden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik mietere
jij / je mietere
hij / zij / het mietere
wij / we mieteren
jullie mieteren
zij / ze mieteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik mieterde
jij / je mieterde
hij / zij / het mieterde
wij / we mieterden
jullie mieterden
zij / ze mieterden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij mieter
jullie (archaïsch) mietert

Onbepaalde vormen

Infinitief
mieteren
Tegenwoordig deelwoord
mieterend
Voltooid deelwoord
gemieterd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary