HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← meubileren — definición

Conjugation of meubileren

Regular CEFR B2
/ˌmøː.biˈleː.rə(n)/

van meubelen voorzien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik meubileer
jij / je meubileert
hij / zij / het meubileert
wij / we meubileren
jullie meubileren
zij / ze meubileren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik meubileerde
jij / je meubileerde
hij / zij / het meubileerde
wij / we meubileerden
jullie meubileerden
zij / ze meubileerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik meubilere
jij / je meubilere
hij / zij / het meubilere
wij / we meubileren
jullie meubileren
zij / ze meubileren
Aanvoegende wijs — verleden
ik meubileerde
jij / je meubileerde
hij / zij / het meubileerde
wij / we meubileerden
jullie meubileerden
zij / ze meubileerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij meubileer
jullie (archaïsch) meubileert

Onbepaalde vormen

Infinitief
meubileren
Tegenwoordig deelwoord
meubilerend
Voltooid deelwoord
gemeubileerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary