HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← metselen — definición

Conjugation of metselen

Regular CEFR B2
/ˈmɛtsələ(n)/

losse stenen met voegspecie samenvoegen om zo een muur te bouwen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik metsel
jij / je metselt
hij / zij / het metselt
wij / we metselen
jullie metselen
zij / ze metselen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik metselde
jij / je metselde
hij / zij / het metselde
wij / we metselden
jullie metselden
zij / ze metselden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik metsele
jij / je metsele
hij / zij / het metsele
wij / we metselen
jullie metselen
zij / ze metselen
Aanvoegende wijs — verleden
ik metselde
jij / je metselde
hij / zij / het metselde
wij / we metselden
jullie metselden
zij / ze metselden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij metsel
jullie (archaïsch) metselt

Onbepaalde vormen

Infinitief
metselen
Tegenwoordig deelwoord
metselend
Voltooid deelwoord
gemetseld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary