HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← menstrueren — definition

Conjugation of menstrueren

Regular CEFR C1
mɛn.stryˈeː.rə(n)

ongesteld zijn van vrouwen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik mesntrueer
jij / je mesntrueert
hij / zij / het mesntrueert
wij / we menstrueren
jullie menstrueren
zij / ze menstrueren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik mesntrueerde
jij / je mesntrueerde
hij / zij / het mesntrueerde
wij / we mesntrueerden
jullie mesntrueerden
zij / ze mesntrueerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik menstruere
jij / je menstruere
hij / zij / het menstruere
wij / we menstrueren
jullie menstrueren
zij / ze menstrueren
Aanvoegende wijs — verleden
ik mesntrueerde
jij / je mesntrueerde
hij / zij / het mesntrueerde
wij / we mesntrueerden
jullie mesntrueerden
zij / ze mesntrueerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij mesntrueer
jullie (archaïsch) mesntrueert

Onbepaalde vormen

Infinitief
menstrueren
Tegenwoordig deelwoord
menstruerend
Voltooid deelwoord
gemesntrueerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary