HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← mengelen — definition

Conjugation of mengelen

Regular CEFR B2
ˈmɛ.ŋə.lə(n)

mengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik mengel
jij / je mengelt
hij / zij / het mengelt
wij / we mengelen
jullie mengelen
zij / ze mengelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik mengelde
jij / je mengelde
hij / zij / het mengelde
wij / we mengelden
jullie mengelden
zij / ze mengelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik mengele
jij / je mengele
hij / zij / het mengele
wij / we mengelen
jullie mengelen
zij / ze mengelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik mengelde
jij / je mengelde
hij / zij / het mengelde
wij / we mengelden
jullie mengelden
zij / ze mengelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij mengel
jullie (archaïsch) mengelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
mengelen
Tegenwoordig deelwoord
mengelend
Voltooid deelwoord
gemengeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary