HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← meenen — definition

Conjugation of meenen

Regular CEFR B1

obsolete spelling of menen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik meen
jij / je meent
hij / zij / het meent
wij / we meenen
jullie meenen
zij / ze meenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik meende
jij / je meende
hij / zij / het meende
wij / we meenden
jullie meenden
zij / ze meenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik meene
jij / je meene
hij / zij / het meene
wij / we meenen
jullie meenen
zij / ze meenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik meende
jij / je meende
hij / zij / het meende
wij / we meenden
jullie meenden
zij / ze meenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij meen
jullie (archaïsch) meent

Onbepaalde vormen

Infinitief
meenen
Tegenwoordig deelwoord
meenend
Voltooid deelwoord
gemeend

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary