HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← medicineren — definición

Conjugation of medicineren

Regular CEFR C1

to ingest (medicine) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik medicineer
jij / je medicineert
hij / zij / het medicineert
wij / we medicineren
jullie medicineren
zij / ze medicineren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik medicineerde
jij / je medicineerde
hij / zij / het medicineerde
wij / we medicineerden
jullie medicineerden
zij / ze medicineerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik medicinere
jij / je medicinere
hij / zij / het medicinere
wij / we medicineren
jullie medicineren
zij / ze medicineren
Aanvoegende wijs — verleden
ik medicineerde
jij / je medicineerde
hij / zij / het medicineerde
wij / we medicineerden
jullie medicineerden
zij / ze medicineerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij medicineer
jullie (archaïsch) medicineert

Onbepaalde vormen

Infinitief
medicineren
Tegenwoordig deelwoord
medicinerend
Voltooid deelwoord
gemedicineerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary