HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← matigen — definition

Conjugation of matigen

Regular CEFR B1

minder uitbundig of extreem optreden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik matig
jij / je matigt
hij / zij / het matigt
wij / we matigen
jullie matigen
zij / ze matigen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik matigde
jij / je matigde
hij / zij / het matigde
wij / we matigden
jullie matigden
zij / ze matigden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik matige
jij / je matige
hij / zij / het matige
wij / we matigen
jullie matigen
zij / ze matigen
Aanvoegende wijs — verleden
ik matigde
jij / je matigde
hij / zij / het matigde
wij / we matigden
jullie matigden
zij / ze matigden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij matig
jullie (archaïsch) matigt

Onbepaalde vormen

Infinitief
matigen
Tegenwoordig deelwoord
matigend
Voltooid deelwoord
gematigd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary