HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← maskeren — definición

Conjugation of maskeren

Regular CEFR C2
/mɑsˈkeːrə(n)/

de ware aard van iets verhullen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik maskeer
jij / je maskeert
hij / zij / het maskeert
wij / we maskeren
jullie maskeren
zij / ze maskeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik maskeerde
jij / je maskeerde
hij / zij / het maskeerde
wij / we maskeerden
jullie maskeerden
zij / ze maskeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik maskere
jij / je maskere
hij / zij / het maskere
wij / we maskeren
jullie maskeren
zij / ze maskeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik maskeerde
jij / je maskeerde
hij / zij / het maskeerde
wij / we maskeerden
jullie maskeerden
zij / ze maskeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij maskeer
jullie (archaïsch) maskeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
maskeren
Tegenwoordig deelwoord
maskerend
Voltooid deelwoord
gemaskeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary