HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← martelen — definition

Conjugation of martelen

Regular CEFR B2
ˈmɑr.tə.lə(n)

een gevangene onderwerpen aan lichamelijke en/of geestelijke pijniging, voornamelijk teneinde informatie los te krijgen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik martel
jij / je martelt
hij / zij / het martelt
wij / we martelen
jullie martelen
zij / ze martelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik martelde
jij / je martelde
hij / zij / het martelde
wij / we martelden
jullie martelden
zij / ze martelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik martele
jij / je martele
hij / zij / het martele
wij / we martelen
jullie martelen
zij / ze martelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik martelde
jij / je martelde
hij / zij / het martelde
wij / we martelden
jullie martelden
zij / ze martelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij martel
jullie (archaïsch) martelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
martelen
Tegenwoordig deelwoord
martelend
Voltooid deelwoord
gemarteld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary