HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← marmeren — definition

Conjugation of marmeren

Regular CEFR C2

zodanig behandelen dat iets op marmer gaat lijken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik marmer
jij / je marmert
hij / zij / het marmert
wij / we marmeren
jullie marmeren
zij / ze marmeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik marmerde
jij / je marmerde
hij / zij / het marmerde
wij / we marmerden
jullie marmerden
zij / ze marmerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik marmere
jij / je marmere
hij / zij / het marmere
wij / we marmeren
jullie marmeren
zij / ze marmeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik marmerde
jij / je marmerde
hij / zij / het marmerde
wij / we marmerden
jullie marmerden
zij / ze marmerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij marmer
jullie (archaïsch) marmert

Onbepaalde vormen

Infinitief
marmeren
Tegenwoordig deelwoord
marmerend
Voltooid deelwoord
gemarmerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary