HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← markeren — definición

Conjugation of markeren

Regular CEFR C2
/mɑr.kɪː.rə(n)/

het afbakenen van een grens Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik markeer
jij / je markeert
hij / zij / het markeert
wij / we markeren
jullie markeren
zij / ze markeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik markeerde
jij / je markeerde
hij / zij / het markeerde
wij / we markeerden
jullie markeerden
zij / ze markeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik markere
jij / je markere
hij / zij / het markere
wij / we markeren
jullie markeren
zij / ze markeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik markeerde
jij / je markeerde
hij / zij / het markeerde
wij / we markeerden
jullie markeerden
zij / ze markeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij markeer
jullie (archaïsch) markeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
markeren
Tegenwoordig deelwoord
markerend
Voltooid deelwoord
gemarkeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary