HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← manicuren — definición

Conjugation of manicuren

Regular CEFR B2

handen en nagels verzorgen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik manicuur
jij / je manicuurt
hij / zij / het manicuurt
wij / we manicuren
jullie manicuren
zij / ze manicuren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik manicuurde
jij / je manicuurde
hij / zij / het manicuurde
wij / we manicuurden
jullie manicuurden
zij / ze manicuurden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik manicure
jij / je manicure
hij / zij / het manicure
wij / we manicuren
jullie manicuren
zij / ze manicuren
Aanvoegende wijs — verleden
ik manicuurde
jij / je manicuurde
hij / zij / het manicuurde
wij / we manicuurden
jullie manicuurden
zij / ze manicuurden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij manicuur
jullie (archaïsch) manicuurt

Onbepaalde vormen

Infinitief
manicuren
Tegenwoordig deelwoord
manicurend
Voltooid deelwoord
gemanicuurd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary