HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← malen — definition

Conjugation of malen

Regular CEFR C1
ˈmaː.lə(n)

vervelende gedachten door het hoofd laten gaan, tobben Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik maal
jij / je maalt
hij / zij / het maalt
wij / we malen
jullie malen
zij / ze malen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik maalde
jij / je maalde
hij / zij / het maalde
wij / we maalden
jullie maalden
zij / ze maalden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik male
jij / je male
hij / zij / het male
wij / we malen
jullie malen
zij / ze malen
Aanvoegende wijs — verleden
ik maalde
jij / je maalde
hij / zij / het maalde
wij / we maalden
jullie maalden
zij / ze maalden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij maal
jullie (archaïsch) maalt

Onbepaalde vormen

Infinitief
malen
Tegenwoordig deelwoord
malend
Voltooid deelwoord
gemalen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary