HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← luteren — definición

Conjugation of luteren

Regular CEFR B1
/ˌlyˈteː.rə(n)/

to cover with loam, to loam Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik luteer
jij / je luteert
hij / zij / het luteert
wij / we luteren
jullie luteren
zij / ze luteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik luteerde
jij / je luteerde
hij / zij / het luteerde
wij / we luteerden
jullie luteerden
zij / ze luteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik lutere
jij / je lutere
hij / zij / het lutere
wij / we luteren
jullie luteren
zij / ze luteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik luteerde
jij / je luteerde
hij / zij / het luteerde
wij / we luteerden
jullie luteerden
zij / ze luteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij luteer
jullie (archaïsch) luteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
luteren
Tegenwoordig deelwoord
luterend
Voltooid deelwoord
geluteerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary