HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← luizen — definition

Conjugation of luizen

Regular CEFR B2
ˈlœyzə(n)

nog even blijven in bed blijven liggen tijdens het ontwaken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik luis
jij / je luist
hij / zij / het luist
wij / we luizen
jullie luizen
zij / ze luizen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik luisde
jij / je luisde
hij / zij / het luisde
wij / we luisden
jullie luisden
zij / ze luisden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik luize
jij / je luize
hij / zij / het luize
wij / we luizen
jullie luizen
zij / ze luizen
Aanvoegende wijs — verleden
ik luisde
jij / je luisde
hij / zij / het luisde
wij / we luisden
jullie luisden
zij / ze luisden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij luis
jullie (archaïsch) luist

Onbepaalde vormen

Infinitief
luizen
Tegenwoordig deelwoord
luizend
Voltooid deelwoord
geluisd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary