HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← luieren — definition

Conjugation of luieren

Regular CEFR C2
ˈlœyjərə(n)

niets uitvoeren, niks doen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik luier
jij / je luiert
hij / zij / het luiert
wij / we luieren
jullie luieren
zij / ze luieren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik luierde
jij / je luierde
hij / zij / het luierde
wij / we luierden
jullie luierden
zij / ze luierden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik luiere
jij / je luiere
hij / zij / het luiere
wij / we luieren
jullie luieren
zij / ze luieren
Aanvoegende wijs — verleden
ik luierde
jij / je luierde
hij / zij / het luierde
wij / we luierden
jullie luierden
zij / ze luierden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij luier
jullie (archaïsch) luiert

Onbepaalde vormen

Infinitief
luieren
Tegenwoordig deelwoord
luierend
Voltooid deelwoord
geluierd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary