HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← loopen — definition

Conjugation of loopen

Regular CEFR B1

verouderde spelling of vorm van lopen tot 1935/46 Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik loop
jij / je loopt
hij / zij / het loopt
wij / we loopen
jullie loopen
zij / ze loopen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik liep
jij / je liep
hij / zij / het liep
wij / we liepen
jullie liepen
zij / ze liepen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik loope
jij / je loope
hij / zij / het loope
wij / we loopen
jullie loopen
zij / ze loopen
Aanvoegende wijs — verleden
ik liepe
jij / je liepe
hij / zij / het liepe
wij / we liepen
jullie liepen
zij / ze liepen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij loop
jullie (archaïsch) loopt

Onbepaalde vormen

Infinitief
loopen
Tegenwoordig deelwoord
loopend
Voltooid deelwoord
geloopen

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary