HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← loochenen — definition

Conjugation of loochenen

Regular CEFR B2
ˈloː.xə.nə(n)

iets tot een leugen verklaren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik loochen
jij / je loochent
hij / zij / het loochent
wij / we loochenen
jullie loochenen
zij / ze loochenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik loochende
jij / je loochende
hij / zij / het loochende
wij / we loochenden
jullie loochenden
zij / ze loochenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik loochene
jij / je loochene
hij / zij / het loochene
wij / we loochenen
jullie loochenen
zij / ze loochenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik loochende
jij / je loochende
hij / zij / het loochende
wij / we loochenden
jullie loochenden
zij / ze loochenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij loochen
jullie (archaïsch) loochent

Onbepaalde vormen

Infinitief
loochenen
Tegenwoordig deelwoord
loochenend
Voltooid deelwoord
geloochend

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary