HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← logeren — definición

Conjugation of logeren

Regular CEFR B2
/loːˈʒeː.rə(n)/

in huis opnemen, herbergen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik logeer
jij / je logeert
hij / zij / het logeert
wij / we logeren
jullie logeren
zij / ze logeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik logeerde
jij / je logeerde
hij / zij / het logeerde
wij / we logeerden
jullie logeerden
zij / ze logeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik logere
jij / je logere
hij / zij / het logere
wij / we logeren
jullie logeren
zij / ze logeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik logeerde
jij / je logeerde
hij / zij / het logeerde
wij / we logeerden
jullie logeerden
zij / ze logeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij logeer
jullie (archaïsch) logeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
logeren
Tegenwoordig deelwoord
logerend
Voltooid deelwoord
gelogeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary