HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← liegen — definición

Conjugation of liegen

Regular CEFR A2
/ˈli.ɣə(n)/

met opzet dingen vertellen die niet de waarheid zijn maar wel als dusdanig worden gepresenteerd Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik lieg
jij / je liegt
hij / zij / het liegt
wij / we liegen
jullie liegen
zij / ze liegen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik loog
jij / je loog
hij / zij / het loog
wij / we logen
jullie logen
zij / ze logen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik liege
jij / je liege
hij / zij / het liege
wij / we liegen
jullie liegen
zij / ze liegen
Aanvoegende wijs — verleden
ik loge
jij / je loge
hij / zij / het loge
wij / we logen
jullie logen
zij / ze logen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij lieg
jullie (archaïsch) liegt

Onbepaalde vormen

Infinitief
liegen
Tegenwoordig deelwoord
liegend
Voltooid deelwoord
gelogen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary