HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← leunen — definition

Conjugation of leunen

Regular CEFR C2
ˈløː.nə(n)

steunen, het evenwicht bewaren door het eigen gewicht deels door iets anders te laten steunen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik leun
jij / je leunt
hij / zij / het leunt
wij / we leunen
jullie leunen
zij / ze leunen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik leunde
jij / je leunde
hij / zij / het leunde
wij / we leunden
jullie leunden
zij / ze leunden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik leune
jij / je leune
hij / zij / het leune
wij / we leunen
jullie leunen
zij / ze leunen
Aanvoegende wijs — verleden
ik leunde
jij / je leunde
hij / zij / het leunde
wij / we leunden
jullie leunden
zij / ze leunden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij leun
jullie (archaïsch) leunt

Onbepaalde vormen

Infinitief
leunen
Tegenwoordig deelwoord
leunend
Voltooid deelwoord
geleund

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary