HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← lernen — definición

Conjugation of lernen

Regular CEFR B1
/ˈlɛr.nə(n)/

bestuderen van de Tora en andere godsdienstige geschriften Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik lern
jij / je lernt
hij / zij / het lernt
wij / we lernen
jullie lernen
zij / ze lernen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik lernde
jij / je lernde
hij / zij / het lernde
wij / we lernden
jullie lernden
zij / ze lernden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik lerne
jij / je lerne
hij / zij / het lerne
wij / we lernen
jullie lernen
zij / ze lernen
Aanvoegende wijs — verleden
ik lernde
jij / je lernde
hij / zij / het lernde
wij / we lernden
jullie lernden
zij / ze lernden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij lern
jullie (archaïsch) lernt

Onbepaalde vormen

Infinitief
lernen
Tegenwoordig deelwoord
lernend
Voltooid deelwoord
gelernd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary