Conjugation of legaliseren
het voor echt verklaren door een bevoegde autoriteit van verklaringen, handtekeningen etc., apostilleren Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | legaliseer |
| jij / je | legaliseert |
| hij / zij / het | legaliseert |
| wij / we | legaliseren |
| jullie | legaliseren |
| zij / ze | legaliseren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | legaliseerde |
| jij / je | legaliseerde |
| hij / zij / het | legaliseerde |
| wij / we | legaliseerden |
| jullie | legaliseerden |
| zij / ze | legaliseerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | legalisere |
| jij / je | legalisere |
| hij / zij / het | legalisere |
| wij / we | legaliseren |
| jullie | legaliseren |
| zij / ze | legaliseren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | legaliseerde |
| jij / je | legaliseerde |
| hij / zij / het | legaliseerde |
| wij / we | legaliseerden |
| jullie | legaliseerden |
| zij / ze | legaliseerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | legaliseer |
| jullie (archaïsch) | legaliseert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | legaliseren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | legaliserend |
Voltooid deelwoord
| — | gelegaliseerd |