HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← leeren — definición

Conjugation of leeren

Regular CEFR B1

obsolete spelling of leren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik leer
jij / je leert
hij / zij / het leert
wij / we leeren
jullie leeren
zij / ze leeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik leerde
jij / je leerde
hij / zij / het leerde
wij / we leerden
jullie leerden
zij / ze leerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik leere
jij / je leere
hij / zij / het leere
wij / we leeren
jullie leeren
zij / ze leeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik leerde
jij / je leerde
hij / zij / het leerde
wij / we leerden
jullie leerden
zij / ze leerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij leer
jullie (archaïsch) leert

Onbepaalde vormen

Infinitief
leeren
Tegenwoordig deelwoord
leerend
Voltooid deelwoord
geleerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary