HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← leenen — definition

Conjugation of leenen

Regular CEFR B1

verouderde spelling of vorm van lenen tot 1935/46 Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik leen
jij / je leent
hij / zij / het leent
wij / we leenen
jullie leenen
zij / ze leenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik leende
jij / je leende
hij / zij / het leende
wij / we leenden
jullie leenden
zij / ze leenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik leene
jij / je leene
hij / zij / het leene
wij / we leenen
jullie leenen
zij / ze leenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik leende
jij / je leende
hij / zij / het leende
wij / we leenden
jullie leenden
zij / ze leenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij leen
jullie (archaïsch) leent

Onbepaalde vormen

Infinitief
leenen
Tegenwoordig deelwoord
leenend
Voltooid deelwoord
geleend

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary