HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← laveren — definition

Conjugation of laveren

Regular CEFR B1
ˌlaːˈveː.rə(n)

bepaalde dilemma's of moeilijkheden trachten te omzeilen door het ene belang af te wegen tegen het andere, schipperen [2] Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik laveer
jij / je laveert
hij / zij / het laveert
wij / we laveren
jullie laveren
zij / ze laveren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik laveerde
jij / je laveerde
hij / zij / het laveerde
wij / we laveerden
jullie laveerden
zij / ze laveerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik lavere
jij / je lavere
hij / zij / het lavere
wij / we laveren
jullie laveren
zij / ze laveren
Aanvoegende wijs — verleden
ik laveerde
jij / je laveerde
hij / zij / het laveerde
wij / we laveerden
jullie laveerden
zij / ze laveerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij laveer
jullie (archaïsch) laveert

Onbepaalde vormen

Infinitief
laveren
Tegenwoordig deelwoord
laverend
Voltooid deelwoord
gelaveerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary