HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← kwantificeren — definición

Conjugation of kwantificeren

Regular CEFR C1
/ˌkʋɑn.ti.fiˈseː.rə(n)/

in hoeveelheden, in een getal uitdrukken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik kwantificeer
jij / je kwantificeert
hij / zij / het kwantificeert
wij / we kwantificeren
jullie kwantificeren
zij / ze kwantificeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik kwantificeerde
jij / je kwantificeerde
hij / zij / het kwantificeerde
wij / we kwantificeerden
jullie kwantificeerden
zij / ze kwantificeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik kwantificere
jij / je kwantificere
hij / zij / het kwantificere
wij / we kwantificeren
jullie kwantificeren
zij / ze kwantificeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik kwantificeerde
jij / je kwantificeerde
hij / zij / het kwantificeerde
wij / we kwantificeerden
jullie kwantificeerden
zij / ze kwantificeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij kwantificeer
jullie (archaïsch) kwantificeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
kwantificeren
Tegenwoordig deelwoord
kwantificerend
Voltooid deelwoord
gekwantificeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary